Project

Interactief spelen op dak kinderziekenhuis

Blije gezichten van bewegende kinderen. Dat was het belangrijkste doel van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht bij de aanleg van de interactieve Yalp-speelkooi op het dakterras. Bijna drie jaar later is de conclusie helder: die missie is geslaagd.

Enthousiast nodigt Jochem Uytdehaaghe een schuchter jongetje uit om mee te spelen in de speelkooi op het dakterras van het WKZ. Al snel slaat de verlegenheid om in spelvreugde. De vader kijkt vertederd toe. “Weet je wel wie dit is”, vraagt hij aan zijn zoontje. Vertwijfeld gaan de schouders omhoog. “Deze mijnheer kon heel goed schaatsen”. De vader vertelt dat hij op bezoek is bij een andere zoon. Intussen vermaakt het broertje zich prima met de Sutu-voetbalmuur, een van de spelmogelijkheden in de kooi.


De band van Uytdehaaghe met het kinderziekenhuis is een warme. De tweevoudig olympisch kampioen van 2002 (vijf en tien kilometer) opende in 2016 samen met burgemeester Jan van Zanen het nieuw ingerichte sportdakterras. Daarnaast is Uytdehaaghe ambassadeur van WKZ Sportief, het programma dat bewegen wil bevorderen van kinderen met een beperking of chronische ziekte.


Uytdehaaghe: “Het is natuurlijk waardeloos als je in het ziekenhuis moet liggen, maar probeer dan de dingen eromheen zo leuk mogelijk te maken. Ik denk dat deze kooi daar zeker aan bijdraagt”.

Grand Départ

De eerste ideeën voor een sportdakterras op het WKZ ontstonden in 2015. Dat had alles te maken met de start van de Tour de France in Utrecht, het zogeheten Grand Départ. Ewout Tuyt, projectleider van WKZ Sportief, zag een droom werkelijkheid worden. “Rondom dat Grand Départ ontstonden allerlei initiatieven. Wij hadden de grote wens om kinderen in het WKZ weer in beweging te krijgen. Eén van de plannen was om het toenmalige speeltuinterras om te bouwen tot een sportdakterras. Daarvoor kwamen sponsorgelden vrij en toen konden we aan de slag.”


Dat was ook het moment dat Yalp in beeld kwam. Na lang wikken en wegen viel de keus op een speelkooi waarin de interactieve doelen Toro en de voetbalmuur Sutu zijn geïntegreerd. Drie jaar later is Tuyt nog steeds verguld met de keus van destijds. “De kooi is enorm aantrekkelijk, zowel visueel als qua spelmogelijkheden. En voor een grote doelgroep. Of je nu in een rolstoel zit, klein of groot bent, gehandicapt, wel of niet kunt bewegen. Het nodigt uit om hier naar binnen te gaan en om iets te gaan doen. Dat vonden en vinden we heel belangrijk.”


Tuyt vervolgt: “We zijn anno 2019 nog steeds ongelooflijk blij. We vinden het een fantastische speelmogelijkheid. En niet alleen wij. Alle mensen die hier in het ziekenhuis komen vragen:  ‘Waar is dat sportdakterras?’ Het is en blijft aantrekkelijk. Alles in de kooi werkt altijd. We hebben nooit gedoe met apparatuur die opeens uitvalt. Kinderen worden ongelooflijk gemotiveerd om een balletje te trappen, ertegenaan te slaan, of hard te gaan lopen. Bovendien is het klantvriendelijk en hufterproof. Het voldoet echt helemaal aan de eisen”.

Invloed op revalidatie

Tuyt krijgt bijval uit medische hoek. Erik Hulzebos is inspanningsfysioloog van het WKZ. Hij kijkt vooral naar de invloed die het toestel heeft op revaliderende kinderen. Hulzebos: “Die kooi is heel belangrijk. Het mooie is dat kinderen toch een beetje uit de klinische setting van zo’n ziekenhuis kunnen komen en hier opnieuw hun grenzen leren kennen. Dat kan in dit toestel fantastisch”.


“Wat we zien is dat kinderen die hier liggen ook met vriendjes, broertjes of zusjes aan de slag gaan. Een kind in een rolstoel kan een bal gooien of werpen en dus een rol spelen in deze kooi. Dat maakt het ook zo mooi: dat je de niet-beperkte kinderen en de beperkte kinderen hier mooi samen komen. Het is mooi dat een kind wordt uitgelokt om de eigen grenzen te leren kennen en herkennen. Zo’n kooi biedt daar hele mooie mogelijkheden toe. Plaatsen waar kinderen met elkaar kunnen spelen en sporten maakt het heel erg leuk. Voordeel van deze kooi is dat het interactief is. Qua geluid, qua lampen, qua uitnodiging. Of ze nu alleen spelen of met elkaar. Dat maakt het heel uitdagend.”

Feest

Intussen is Jochem Uytdehaaghe met een patiëntje in een fel gevecht gewikkeld om zo hard mogelijk tegen de Sutu-muur te schieten. Die registreert feilloos de snelheid van de schoten. “Ik ben er groot voorstander van dat kinderen, in welke vorm dan ook, of ze nou ziek zijn of gezond, gewoon lekker kunnen sporten. Dit is feest, dit is interactief. Je krijgt respons als je met je bal schiet. Ik wordt daar heel blij van. Het is ook een fijne omgeving, het is buiten. Dit geeft kinderen plezier, dat is het mooiste dat er is.”


Een sportdakterras zoals op het Wilhelmina Kinderziekenhuis was destijds de enige in zijn soort. Inmiddels heeft ook het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) een dergelijke faciliteit, aangelegd in samenwerking met de Jan Vertonghen Foundation. Vertonghen is Belgisch voetbalinternational. En binnenkort volgt ook de primeur in de Verenigde Staten bij het Montana Childrens Medical Centre.


Het verbaast Jochem Uytdehaaghe niet dat er meer (internationale) interesse is. “Ik denk dat het heel waardevol is om daar geld in te investeren. Omdat het terugkomt. Kinderen gaan meer spelen, ze komen onder de vriendjes en vriendinnetjes, ze worden er gezonder door, ze leren meer coördinatie. Dus het is voor de totale beleving van mensen. Dat mag best wel wat geld kosten. ’t Is niet zozeer dat je het kwijt bent; je investeert het in de toekomst van kinderen”.


De bal rolt nog steeds volop in de kooi. Maar nu even niet interactief. De Sutu-muur is getransformeerd tot een ouderwets doel. Met een keeper. Schieten maar. Zweetdruppeltjes parelen van blije gezichten.



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel


Geplaatst door

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Inschrijven