Nieuws

Grotere rol voor bedrijven bij bewonersparticipatie speelplekken

Bedrijven kunnen nog veel vaker dan nu een kennispartner en adviseur zijn bij bewonersparticipatie. dat blijkt uit het onderzoek 'Burgerparticipatie bij beheer en onderhoud van speelplekken in de openbare ruimte'.

Namens de Branchevereniging Spelen en Bewegen onderzocht Rosemarie Rienstra van Hogeschool Inholland casussen bij gemeenten. Uit dit onderzoek bleek dat bedrijven kunnen voorzien in de behoefte aan kennis van bewoners door hen te adviseren over het beheer en onderhoud van speeltoestellen. Ook kunnen ze een controlerende taak uitvoeren door inspecties aan speeltoestellen.


Zekerheid

Voor het onderzoek zijn zes casussen van drie gemeenten gebruikt waar bewoners speelplekken beheren en onderhouden. Er is onderzoek gedaan naar de rolverdeling tussen bewoners, gemeenten en bedrijven. Daaruit bleek dat bedrijven vaker een kennispartner en adviseur kunnen zijn bij bewonersparticipatie. Bijvoorbeeld door aan de hand van de praktijk wet- en regelgeving toe te lichten of door de jaarlijkse hoofdinspectie uit tevoeren. Dit geeft bewoners zekerheid over hun activiteiten en de veiligheid van de speelplek.

 

Anne Koning, voorzitter van de Branchevereniging Spelen en Bewegen, is blij met de uitkomsten van het onderzoek: "Dit laat zien dat bewonersparticipatie werkt als de rollen tussen alle betrokken partijen goed worden verdeeld. Kinderen kunnen in hun buurt terecht op leuke speelplekken als bewoners, bedrijven en gemeente daarbij samenwerken. Veel van onze leden begeleiden burgerparticipatietrajecten, en dragen zo bij aan betaalbare en veilige speelplekken die de hele buurt omarmt."

 

Participatie vooral in dorpse omgeving
Opvallend is dat de zes onderzochte casussen allemaal spelen in kleinstedelijke gemeenten, met minder dan 100.000 inwoners. Ondanks diverse pogingen is voor het onderzoek geen stedelijke gemeente gevonden waarbij de speeltoestellen worden beheerd en onderhouden door bewoners. Soms zijn er daar wel afspraken met bewoners over het meedoen aan het groenonderhoud, terwijl in de drie casussen in dit onderzoek het groenonderhoud juist door de gemeenten werd gedaan. Dat verschil tussen meer dorpse gemeenschappen en de stedelijke gemeenschappen zou verder onderzocht kunnen worden. Op die manier kan er gerichter op de specifieke situatie ingespeeld worden.

 

Een samenvatting van het onderzoek is te vinden op de website van de Branchevereniging Spelen en Bewegen, www.spelenenbewegen.nl.

 



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel