Nieuws

Schoolpleinonderzoek Jantje Beton: 'Ze komen er bekaaid af'

Jantje Beton liet de Onderzoekerij een inventarisatie doen naar de stand van zaken op schoolpleinen in Nederland. Enkele cijfers, ontwikkelingen en conclusies uit de inventarisatie.

In 2012 telde Nederland 6742 basisscholen met gemiddeld 222 leerlingen. Nagenoeg elke basis- en middelbare school heeft een schoolplein. 42% van de Nederlandse basisscholen beschikt over een gezamenlijk schoolplein waar alle leerlingen gebruik van maken. Iets minder dan 40% kan tijdens de pauzes over twee schoolpleinen beschikken. De ministerraad heeft op 8 februari 2013 ingestemd met een voorstel tot wetswijziging waarmee de verantwoordelijkheid en het budget voor buitenonderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen in het primair onderwijs per 1 januari 2015 worden overgeheveld van de gemeenten naar de schoolbesturen. Schoolbesturen krijgen in de toekomst voor het buitenonderhoud een budget dat meegaat in de financiering voor alle kosten, grotendeels afhankelijk van het leerlingenbestand. Of het verschuiven van de financiële verantwoordelijkheid voor de schoolpleinen naar scholen bijdraagt aan betere pleinen, is nu nog niet duidelijk.

 

Bouwbesluit vervallen

Vroeger was er het Bouwbesluit WBO (Wet op het Basisonderwijs) die de grootte van een schoolplein voorschreef. Deze wet is in 1997 vervallen. Nu is het de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG die regels voorschrijft voor de grootte van het schoolplein. Elke gemeente(raad) besluit de modelverordening al dan niet aangepast vast te stellen. Het verharde gedeelte van het basisschoolplein moet tenminste een oppervlakte van 3 vierkante meter per leerling hebben, met een minimum van 300 vierkante meter. Bij een school van meer dan tweehonderd leerlingen kan worden volstaan met een oppervlakte van het verharde gedeelte van 600 vierkante meter schoolplein. Bij een gemiddelde schoolgrootte van 222 leerlingen is dit dus 2,7 vierkante meter per kind. Volgens Jantje Beton komen kinderen er gemiddeld dus bekaaid af.

 

Ontevreden

Hoewel het voorzieningenniveau volgens volwassenen relatief hoog is, zijn veel kinderen ontevreden over hun schoolplein. 43 % vindt zijn schoolplein saai en 60 % wil meer ruimte voor sport en spel. Opvallend is dat meer dan de helft van de middelbare scholen geen enkele sport- en spelvoorziening heeft. Groene schoolpleinen - pleinen met een groene, natuurlijke inrichting, in tegenstelling tot betegelde, stenige ‘grijze’ pleinen - worden hoger gewaardeerd door zowel leerlingen, ouders, leerkrachten als directeuren. Bijna de helft van de Nederlandse schoolpleinen is na schooltijd niet toegankelijk, terwijl openstelling de ruimte om te spelen in een buurt aanzienlijk vergroot. Bij het openstellen worden vaak afspraken gemaakt over beheer, onderhoud, aansprakelijkheid en financiering tussen de school, gebruikers en gemeente. Overigens moeten speeltoestellen op een schoolplein dat na schooltijd gesloten is, nog steeds voldoen aan de eisen van het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en de omgevingsvergunning.

 

Huiverig

Onderzoek laat zien dat kinderen van 6 tot 11 jaar gemiddeld veertig minuten per dag op het schoolplein doorbrengen. Van de kinderen die buiten schooltijd op een schoolplein kunnen spelen, doet 69% dit ook daadwerkelijk, en dan gemiddeld twee uur per week. Uit een onderzoek dat TNS-NIPO in opdracht van Jantje Beton heeft uitgevoerd, blijkt dat het schoolplein een geliefde speelplek is. De kinderen werd gevraagd een score te geven aan een aantal speelplekken. Natuur/bos kreeg daarbij de hoogste score (gemiddeld een 7,7), het schoolplein kreeg gemiddeld een 7,6. Bijna de helft van de kinderen (44%) uit het onderzoek geeft aan dat buitenspelen leuker zou zijn als ze op het schoolplein zouden mogen spelen. Maar scholen en gemeentes blijken in de praktijk soms huiverig voor openstelling buiten schooltijd, omdat er dan geen of minder toezicht is en de aansprakelijkheid wel bij hen ligt. Sommige mensen denken dat om een schoolplein een hoog hek moet staan: dat is een misvatting. De school heeft weliswaar een plicht goed te zorgen voor de kinderen, ook tijdens de pauze, maar er is geen verplichting tot een hoog hek. Met een haagje, laag muurtje en/of toezicht is ook een heldere grens te maken waardoor kinderen en kleuters op een veilige manier op het plein kunnen spelen.

 

Zonering en groen

Onderzoek wijst uit dat na het aanbrengen van zones door middel van markeringen (‘zoneparcs’) de ongelijkheid tussen jongens en meisjes in het sporten afneemt, het pestgedrag afneemt en er een betere verdeling van de ruimte per kind ontstaat. De mate van fysieke activiteit verschilt per zone. Opvallend is dat jongens het meeste bewegen in zones zonder en meisjes meer bewegen in zones mét toestellen.

Onderzoek naar het effect van groene schoolpleinen staat nog in de kinderschoenen. In Helmond zijn zes schoolpleinen met elkaar vergeleken, twee groene, twee groen-grijze en twee grijze schoolpleinen. De groene pleinen worden hoger gewaardeerd dan ‘grijze schoolpleinen’. Leerlingen, ouders, leerkrachten en bestuur geven aan dat zij het schoolplein leuker, avontuurlijker, mooier, fijner, gezelliger en groter vinden. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat groene schoolpleinen meer worden gebruikt voor educatieve doeleinden. (Bron: Jantje Beton) Uit ander onderzoek blijkt dat op groene schoolpleinen wordt minder gepest. Een natuurlijke speelomgeving stimuleert tot meer gevarieerd en creatief speelgedrag: met name fantasierijk, exploratief en constructief speelgedrag komt vaker voor in natuurlijke dan in niet-natuurlijke speelomgevingen. Kinderen met ADHD kunnen zich beter concentreren tijdens of na een verblijf in een natuurlijke omgeving.  (BRON: Gezonde Schoolpleinen)

 

Facts and Figures

  • In de praktijk worden ouders weinig betrokken bij het schoolplein. Slechts 16% geeft aan dat wel eens naar hun mening is gevraagd.
  • 61% van de ouders en 76% van de kinderen  geeft aan mee te willen helpen bij het onderhouden en verbeteren van het schoolplein.
  • Kinderen in de leeftijdscategorie van 9 tot 12 jaar geven aan dat buitenspelen hen sterk en gezond maakt.
  • Om een goede  gezondheid te behouden is het voor kinderen gewenst tenminste 60 minuten per dag matig intensieve lichaamsbeweging te hebben. Dit is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Minder dan een vijfde (17,1%) van de 4-17 jarigen voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
  • Een vierde van  alle MBO-studenten  voldoet aan de  Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
  • Jongeren van 5-7 jaar gaan flink vooruit in hun motorische ontwikkeling als ze een jaar lang elke schooldag in het bos mogen spelen.

 

Meer ruimte voor kip dan kind

OBB uit Deventer heeft een grappige vergelijking gemaakt tussen de ruimtenorm voor een vrije uitloopkip en een schoolkind. De kip wint het royaal.

 

 

norm

  

gemiddeld gewicht

 m2/kg

 

vrije uitloopkip

binnenruimte

         0,1

m2

2,2

     0,05

 
 

buitenruimte

         4,0

m2

2,2

     1,82

 
     

     1,87

 m2/kg

       

schoolkind

binnenruimte

         3,5

m2

26

     0,13

 
 

buitenruimte

         3,0

m2

26

     0,12

 
     

     0,25

 m2/kg

       

 



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel