Nieuws

Bestekeis provincie Drenthe zet markt aan tot leveren circulair product

Betonfabriek Nigtevecht werd verrast door een nieuwe bestekeis van de provincie Drenthe bij de aanbesteding van 4000 betonnen damwandplanken voor de vervanging van de oeverconstructie van de Drentse Hoofdvaart. Johan Snijder, projectleider van het team Wegen en Vaarwegen van de provincie: “Deze ervaring leert ons dat de markt getriggerd moet worden.”

“Duurzaamheid is weliswaar langzaamaan gemeengoed, maar iemand moet wel een aanzet geven”, concludeert Snijder, terugkijkend op de reactie van de markt op een nieuwe bestekeis aan betonnen damwandplanken. Snijder: “Waar mogelijk kiezen we voor betonnen damwanden als oeverbescherming vanwege de lange levensduur. Daarbovenop stelden we vanuit onze circulariteitsambitie een bestekeis van 20 procent granulaat in het betonmengsel voor de damwandplanken. Onze aannemer zocht vervolgens naar een leverancier. Betonfabriek Nigtevecht wilde graag tegemoet komen aan deze bestekeis, maar had wel enige tijd nodig om aan onze vraag te voldoen. We zijn toen overeen gekomen dat het tweede deel van de 4000 planken voldoet aan de nieuwe bestekeis.”

“We waren inderdaad verrast toen de provincie in het gebruikelijke bestek voor de vervanging van de oeverconstructie, de eis stelde om 20 procent betongranulaat als grindvervanger toe te passen in onze trilbeton damwandplanken”, zegt Hans Tasseron, directeur van betonfabriek Nigtevecht. “Betongranulaat kenden wij als funderingsmateriaal onder wegconstructies, maar niet als grondstof voor trilbeton. Gezien een eerdere negatieve ervaring met ballast grind, leek het ons in eerste instantie ook geen actuele verbeteroptie. We hadden namelijk al eens proeven gedaan met hergebruik van gebroken ballastgrind uit spoorbanen. Dat materiaal had een zeer matige korrelopbouw en werd onvoldoende ‘schoon’ geleverd, waardoor het niet bruikbaar bleek voor hoogwaardige betonproducten en voor het productieproces van onze direct ontkiste trilbetonproducten. De vereiste betonsterkte werd er niet mee gehaald en er was beduidend meer bindmiddel nodig. We bleven sindsdien aangewezen op riviergrind, zand en cement met als enig circulair product een zo hoog mogelijk aandeel praktisch CO2-vrije hoogovenslak.”


Circulaire uitdaging

Nu stelde de provincie de betonfabriek opnieuw voor een circulaire proef en uitdaging. “Temeer”, zegt Tasseron,”omdat onze betontechnoloog en onze certificerende instelling niet wisten of betongranulaat al in trilbeton werd toegepast. Na een zoektocht vonden we toch een gecertificeerde leverancier van betongranulaat met de juiste korrelopbouw en samenstelling die het materiaal ook permanent voorradig heeft. Vervolgens hebben we er eerst proeven mee gedaan om te ervaren of we met dit mengsel als gecertificeerd bedrijf ook nog aan de overige bestekeisen voldoen. Dit bleek zo zijn, waarna we de nodige voorzieningen hebben getroffen om het ‘nieuwe’ materiaal te verwerken tot producten. Deze voorzieningen bleken beperkt van omvang en uiteraard voor eigen rekening.”

"Doordat het technisch enige tijd vergde voordat we dit betongranulaat in ons aardvochtig betonmengsel verantwoord konden toepassen, was het niet mogelijk om deze vanaf damwandplank één te leveren met betongranulaat. Inmiddels is dat wel het geval en verwerken we betongranulaat in al onze betonproducten. De volgende stap is het opvoeren van het aandeel betongranulaat in onze mengsels, maar wel met behoud van de vereiste kwaliteit."



Uiteindelijk erkentelijk

De winst van het gebruik van betongranulaat is overigens niet zozeer financieel van aard, erkent Tasseron, “omdat het verwerken van het mengsel arbeidsintensiever is en de prijs nog weinig verschilt met die van grind. Maar immaterieel is er zeker winst: ten eerste vanwege het hergebruik van grondstoffen en ten tweede vanwege de hierdoor lagere MKI waarde van betonnen damwandplanken met een ontwerplevensduur van 75 tot 100 jaar in vergelijking met alternatief beschoeiingsmateriaal.” Hij besluit: “Wij zijn de bestekschrijvers van de provincie Drenthe er uiteindelijk dan ook erkentelijk voor dat ze ons in deze richting geduwd hebben.”

Dit artikel is verschenen in BouwCirculair nummer 2, juni 2018.



Dit artikel komt uit BouwCirculair

Deel dit artikel