Artikel

Over de grens: een frisse blik opent perspectieven

Arie Vijfhuizen werkt als beleidsmedewerker bij de provincie Utrecht. Tot vorig jaar vloog hij de wereld rond als adviseur voor Royal HaskoningDHV. Steeds was het verbeteren van de (fiets)verkeersveiligheid zijn opdracht en missie. Terugkijkend analyseert hij wat wij op dit gebied kunnen betekenen voor het buitenland én andersom.

Welke projecten vielen bijzonder op?
“Ik denk direct aan Riyad. Daar heb ik onder meer gewerkt aan het aanpassen van zo’n 30 grote kruispunten. Het ging daarbij om verkeersveiligheid én om doorstroming. Vanwege de vele auto’s in de stad zijn alle doorgaande wegen vaak 3 of 4 rijstroken breed, met daarnaast nog eens parallelwegen met 2 of 3 rijstroken. Wat daarbij opvalt is de verkeersmentaliteit. Er worden veel fouten gemaakt en er gebeuren ook veel ongelukken, maar anderzijds zijn mensen vergevingsgezinder. Iemand die helemaal rechts staat opgesteld voor rechtdoor en toch besluit om linksaf te slaan, gaat dus bij groen gewoon door 4, 5 stromen verkeer heen. Hierbij gebeurt vrijwel niets, behalve luid getoeter. Gevolg is wel een slechte doorstroming. Wij hebben in eerste instantie geadviseerd om de kruispunten te comprimeren, dus het aantal opstelstroken terug te brengen en middengeleiders aan te brengen en door te trekken tussen rechtsaf-, linksaf- en rechtdoorstroken.

Voor fietsveiligheidsprojecten ben ik onder meer in Australië, Polen, Brazilië en Amerika geweest. Wat mij in alle landen opviel, was dat wij in Nederland een straatlengte voorsprong hebben als het gaat om ontwerp en verkeersveiligheid. Maar ook dat er in alle landen sprake is van een autocultuur. Het ‘zomaar’ wegcapaciteit afnemen ten behoeve van fietspaden en fietsvoorzieningen blijft er gewaagd. Je stuit dan op oppositie en op lastige lobby’s voor fietsvoorzieningen. Heel concreet zag ik er fietsstroken die ophielden bij kruispunten, verkeerslichten die geen fietslichten hadden of geparkeerde auto’s op fietsstroken: allemaal risico’s. Het tonen van onze aanpak werkte vaak inspirerend.” 

Met die ervaring terugkijkend naar Nederland, wat valt dan op? 
“Helaas moet ik constateren dat we eigenlijk al jaren stilstaan. Er zijn nauwelijks innovaties meer en met een verslechterende mentaliteit in het verkeer neemt ook de verkeersonveiligheid toe. Dit laatste is een aantal jaren onderbelicht geweest, vooral door het ontbreken van een goede registratie en analyse van alle ongevallen. Nu die langzamerhand verbetert, zien we een (behoorlijke) toename van het aantal ongevallen met uitsluitend materiële schade, maar ook met letsel. Ik vrees dat we na het behalen van goede resultaten wat achterover zijn gaan leunen.” 



Het gaat dus niet goed met onze aandacht voor verkeersveiligheid? 

“Na de programma’s Duurzaam Veilig wordt nu wel gesproken over nul slachtoffers, maar hoe daar te komen is nog niet bekend. In mijn optiek moeten we als deskundigen de koppen bij elkaar steken en een duidelijke, strategische visie opstellen en heldere keuzes maken vanuit ruimtegebruik. Op dit vlak zijn al te veel compromissen gemaakt. Voor verkeersdeelnemers moet de inrichting duidelijk aangeven wat van hen wordt verwacht. We hebben intussen zoveel tools om iets in te richten dat de gemiddelde weggebruiker het soms niet meer snapt en besluiten neemt die afwijken van de geldende verkeersregels.”

Dat signalerende, zijn er dan aspecten in het buitenland waar wij van kunnen leren? 
“In het buitenland gaat men terug naar de basis, juist omdat er nog niets of heel weinig is. Wat wij hiervan kunnen leren is om uit onze waan van de dag te treden, een of twee stappen terug te doen en dan eens te kijken waar wij mee bezig zijn in onze verkeerswereld: wij zijn een fietsland, maar in de steden is de meeste infrastructuur nog steeds voor de auto’s die in de meeste binnensteden overal kunnen komen. In het buitenland worden keuzes gemaakt die nieuw voor hen zijn: fietsinfrastructuur in plaats van meer rijstroken voor auto’s. Laten wij ook eens die moed hebben om een frisse blik op onze infrastructuur te werpen en met andere ogen naar mogelijkheden te kijken. Die zijn er absoluut.”

Nog scherper, hoe buigen we met behulp van buitenlandse ervaringen de negatieve trend in verkeersveiligheid om? 
“Als je lang met iets bezig bent, kun je ‘blind’ worden voor wat je aan het doen bent. Dan is het goed om een niet-betrokken deskundige eens naar je systeem te laten kijken. Deskundigen vanuit het buitenland kunnen ons daar enorm bij helpen. Zij zien onze infrastructuur immers met die andere blik en kunnen onze ogen openen voor nieuwe mogelijkheden.”

Dit artikel verschijnt in Verkeer in Beeld nummer 1, maart 2019.

Deel dit artikel