Artikel

Deelfiets 2.0

Komende zomer maken deelfietsen hun herintrede in Amsterdam. Na het fiasco in 2017 gaat de gemeente op kleine schaal experimenteren met deelfietsen. Een goed concept, vinden voorstanders. Verkwanseling van de openbare ruimte, klinkt het aan de andere kant.

Door Manon van Ketwich


Deborah Nas, expert op het gebied van adoptie van innovaties, verwacht in de komende jaren allerlei nieuwe voertuigen te gaan zien die een crossover zijn van fiets, brommer en andere voertuigen. “En zoals met alle innovaties loopt de wetgeving hierop achter.”

Gaat de herinvoering van de deelfiets voor grote problemen zorgen? Nas: “Ik begreep dat de overheid fors inzet op handhaving, maar dat blijft een lastig verhaal. Je mag je fiets in het centrum alleen maar neerzetten in de daarvoor bestemde vakken. Eigenaren van een deelfiets kunnen door middel van geofencing bekijken waar een fiets ongeveer staat, maar niet of een fiets echt in het fietsenrek staat. En dan nog: als de fiets ernaast ligt, is het nog maar de vraag of de laatste gebruiker hem daar heeft neergegooid, of een boze Amsterdammer die vindt dat ‘zijn’ plek in het fietsenrek wordt bezet.”


Kwaliteit en geofencing

Amsterdammers zitten niet echt te wachten op een nieuwe golf aan deelfietsen, blijkt ook uit de petitie ‘Nee, geen deelfietsen in Amsterdam’. De initiatiefnemers noemen zeven argumenten tegen de deelfiets, waaronder bedenkelijke kwaliteit. Voor het slagen van het experiment zijn goede fietsen een voorwaarde, stelt Walther Ploos van Amstel, lector Citylogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam. “Ten tweede mogen ze niet in de weg staan. En tot slot moet je goede geofencing hebben.” Volgens Ploos van Amstel ging het twee jaar geleden mis op de laatste twee punten. “Voor de deur van de hogeschool zijn gewoon honderd fietsen neergezet. Er is totaal niet nagedacht of er hier wel vraag naar was. Bovendien mocht je na gebruik de deelfiets overal neerzetten. En de overheid deed niets aan de overlast die de fietsen veroorzaakten.”

Ploos van Amstel ziet heil in de deelfiets. “Zeker als je bedenkt dat het aantal Amsterdammers elke dag verdubbelt. Ik heb het over toeristen, maar ook over forensen en studenten. Je moet er toch niet aan denken dat deze mensen allemaal in de auto of het ov gaan zitten. We hebben nu al 1 miljoen autobewegingen per dag in de stad.” De lector ziet in de deelfiets dé oplossing voor het vervoeren van al die extra mensen, maar vindt wel dat er een gedragsverandering plaats moet vinden. “We moeten onze fietsen veel meer binnen gaan neerzetten. Bij onze hogeschool is een prachtige fietskelder gebouwd, maar nog steeds zetten heel veel studenten hun fiets gewoon voor de deur. Een fiets op de stoep is lelijk en hij staat stil.”

Minder tweede en derde fietsen

De tegenstanders van de deelfiets stellen dat alle Amsterdammers al een eigen fiets hebben. “Uit onderzoek blijkt dat heel veel mensen twee of meer fietsen hebben,” zegt Deborah Nas. Omdat het vaak om een goede fiets naast een barrel gaat, ligt daar volgens haar juist een kans voor de deelfiets. “Met de deelfiets komen er in eerste instantie meer fietsen bij. Het doel is echter om uiteindelijk minder tweede en derde fietsen te krijgen. We moeten af van de barrels en daar is een deelfiets een goed alternatief voor.”  Nas is verder van mening dat, mits goed geplaatst, de deelfiets een goede optie zou zijn voor de duizenden forensen en studenten die elke dag vanaf het station Amsterdam intrekken. “Zij hebben nu op het station een oude fiets staan, maar ze zouden ook de deelfiets kunnen pakken.”

Exploitant moet meebetalen

Nas en Ploos van Amstel vinden het een goed idee als de exploitant van deelfietsen meebetaalt aan het beleid rond het vervoersmiddel, zoals in Parijs gaat gebeuren. “Als de organisatie verdient aan het gebruik van de openbare ruimte, dan is dat heel logisch”, vindt Nas. “Je kunt natuurlijk niet alles doorbelasten, de overheid heeft nog steeds te taak om te handhaven in de openbare ruimte.”

Als laatste argument voor de deelfiets noemt Ploos van Amstel het succes van de ov-fiets. “Daar loopt iedereen mee weg. Het verschil is dat je die fiets alleen voor ov-gebruikers is en altijd teruggebracht moet worden.”

 

Zo wordt de deelfiets succesvol

  • Zorg voor goede geofencing 
    Met een goede geofencing kan je de huur van de fiets niet stopzetten als de fiets niet goed staat geparkeerd. Door beperkingen te stellen aan het stallen van de fiets houd je de stoep schoon en voorkom je disbalans in de verspreiding van de deelfietsen over de stad. 

  • Kwaliteit van de fiets moet goed zijn 
    Als de deelfiets van goede kwaliteit is én goed wordt onderhouden door de verhuurder, is de deelfiets een prima alternatief voor de tweede of derde fiets van de Amsterdammer en de forens, die vaak van barrels gebruik maken.

  • Neem tijd voor de transitie 
    Het negatieve sentiment rond deelfietsen moet doorbroken worden. Bovendien kost elke innovatie tijd om te settelen. 

  • Denk goed na over de plaatsing van deelfietsen 
    Kijk naar waar de behoefte van deelfietsen het grootst is. Dat is niet per se de plek waar nu al veel fietsen gestald zijn. 

  • Zet in op gedragsverandering 
    Door fietsen binnen of ondergronds te stallen maak je veel ruimte in de openbare ruimte 
 
Dit artikel verschijnt in Verkeer in Beeld 2, mei 2019. 
 
Op het Nationaal Fietscongres, 20 juni in Houten, zullen Sandra Nijënstein (HTM) en Bart Christiaens (Fietscoördinator Gemeente Rotterdam) een sessie verzorgen over deelfietsen. Aanmelden voor het Nationaal Fietscongres kan hier

Deel dit artikel