Artikel

Communicatie is het sleutelwoord voor iconische fietsroutes

“Het bericht over de driejarige afsluiting van de fietspaden op de Afsluitdijk kwam voor ons en onze partnerorganisaties als donderslag bij heldere hemel. Een maatregel met veel impact, want de Afsluitdijk vormt een belangrijk deel van twee van onze eerste (drie) nationale LF-icoonroutes: de LF Zuiderzeeroute en de LF Kustroute. Hoe groot deze impact is en wat we nog kunnen ‘repareren’ is afhankelijk van de besprekingen die nu worden gevoerd over alternatieven die aan fietsers worden geboden. Communicatie is het sleutelwoord voor fietsroutes, en zeker nu we de eerste LF-icoonroutes gaan introduceren.

Nederland is een fietsland, dat weet iedereen,  ook iedere buitenlander, maar vraag je naar een Nederlandse fietsroute, zoals de Franse Loire-, of Duitse Donau- - of Moezelroute, dan blijft het vaak stil. Nu we op een paar witte vlekken na, een landelijk dekkend knooppuntennetwerk hebben, maken we een kwaliteitsstap naar het ontwikkelen hiernaast van ongeveer tien nationale LF-icoonroutes. Het bestaande netwerk van LF-routes maakt hiervoor plaats. Op 25 april is de eerste, de LF Maasroute, geopend. Deze loopt van Maastricht via de Oude Maas naar de kust bij Hoek van Holland en eindigt vervolgens in Rotterdam. In Dordrecht, kort na de Biesbosch,  kan de route naar Rotterdam naar keuze met de Waterbus over de Nieuwe Maas worden afgelegd.

Een LF-icoonroute kenmerkt zich door een sterke infra, goede tracering, topkwaliteit in bewegwijzering en voorzieningen en vooral informatie over het gebied waar je doorheen fietst. Een Icoonroute rijden gaat verder dan een stukje fietsen. ‘genieten van een prachtige lange-afstandsfietsroute via het Nederlandse DNA.’ Dat moet de ervaring zijn van icoonroutes. Welke LF-icoonroutes volgen is nog niet bekend. Een icoonroute langs de Hollandse Waterlinie ( zie kaartje hierboven) heeft zeker een aantal parels: je ziet veel oude forten en je kunt je onderweg de watervlakte van ondergelopen gebieden verbeelden. 

De trend in recreatief fietsen is dat er in toenemende mate bruggen worden geslagen tussen de mobiliteit en infrastructuur (de hardware) en recreatie en toerisme (routes en voorzieningen). Ook zie ik ‘sport’ en ‘gezondheid’ steeds meer aansluiten. Zo kunnen we de handen ineen slaan, budgetten én data bundelen en vooral: werk met werk maken. Denk aan de aanleg van fietstunneltjes bij werkzaamheden aan snelwegen.  Positief is ook de opkomst van regionale routebureaus, zoals sinds vorig jaar ook in Utrecht. Maar bovenal geven de fietsers zelf aanleiding voor samenwerking: hun actieradius wordt groter en mensen blijven langer fietsen. Mijn vader van 92 kocht pas nog een nieuwe fiets. Dat vind ik tekenend voor deze tijd.” 

Dit artikel verscheen in Verkeerskunde.

Binnenkort is het Nationaal Fietscongres. Inschrijven kan hier.

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Inschrijven