Artikel

Werkgevers hebben de regie in handen

“Werkgevers bepalen in sterke mate de aard en omvang van de dagelijkse verkeersstromen. Met name omdat werknemers de keuze van reizen aanpassen aan het voor hen geldende mobiliteitsbeleid; een beleid dat nog veelal is gebaseerd op het vergoeden van (auto)kosten. Daar liggen oplossingen voorhanden. Aan het woord, mobiliteitsmakelaars in grootstedelijke gebieden, directeur Niels Verduijn en consultative seller Leon Zwanenburg van VCCR Advies.

Door Nettie Bakker

Zwanenburg: “Wij ontzorgen werkgever én werknemers volledig met onze mobiliteitsdienst Forensz, door de uitvoering van het mobiliteitsbeleid uit handen te nemen en werknemers van begin tot einde daarin te begeleiden. Gemak, maar zeker ook kosteninzicht, kosten besparing, duurzaamheid, goed werkgeverschap en vitaliteit staan daarbij centraal.”

 

Verduijn vult aan: “Forensz heeft zich de afgelopen 15 jaren vooral gericht op het openbaar vervoer, de tweewieler en het parkeren. Maar meer en meer is er een ontwikkeling zichtbaar naar een verdere verbreding van het dienstenpakket richting Mobility as a Service (Maas). Volgend jaar hebben we dan ook het plan om met een of meerdere relaties binnen onze bestaande portefeuille een pilot te starten met een concept dat hieraan invulling moet geven.“

Leon Zwanenburg

Forensz bedient met name grote corporates waaronder Akzo Nobel, DSM, Shell, Havenbedrijf Rotterdam, Stedin, Eneco, Kraft Heinz en Deloitte. “Dit zijn”, zegt Zwanenburg, “stuk voor stuk werkgevers die verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van de mobiliteit in de grootstedelijke regio. Zij maken dan ook een verschil als hun mobiliteitsbeleid erop gericht is om medewerkers te ontzorgen rondom woon-werk- en zakelijk reizen en hen te faciliteren met goede alternatieven voor de auto zoals tweewieler, deelmobiliteit en bijvoorbeeld vervoer over water; al dan niet in combinatie met het reguliere openbaar vervoer.”

Niels Verduijn

“Werkgevers zitten echter niet te wachten op afspraken en contracten met een diversiteit aan vervoeraanbieders, laat staan op alle administratieve rompslomp die het reizen van medewerkers met zich meebrengt”, weet Verduijn. Juist daar speelt de mobiliteitsdienst een belangrijke rol. In haar dienstverleningspakket ziet VCCR een groeiend aanbod van flexibele mobiliteitsdiensten die steeds beter aansluiten op de concrete individuele vraag naar mobiliteit, vervoermiddelen en faciliteiten die inspelen op deze flexibiliteit.

Regie en spelregels

Verduijn en Zwanenburg oriënteren zich met name op het ontzorgvraagstuk met daarnaast een zo’n breed mogelijk aanbod van vervoersmogelijkheden. “We volgen daarom alle ontwikkelingen die een bijdrage gaan of kunnen gaan leveren in de nabije toekomst aan een veranderende vraag naar mobiliteit”, zegt Zwanenburg.

 

Het principe van Forensz is dat de werkgever de regisseur is die de spelregels van het mobiliteitsbeleid en -aanbod bepaalt, en die kunnen per werkgever verschillen. Mag een medewerker die met zijn mobiliteitskaart met het ov reist, deze kaart ook gebruiken voor aanvullende diensten, zoals een deelfiets of -auto? En mag zo’n mobiliteitskaart alleen zakelijk worden gebruikt of ook privé, en zo ja, onder welke voorwaarden? En maakt de werkgever voor zakelijke reizen dan nog onderscheid tussen woon-werk en zakelijk? Verduijn: “De crux is dat we mobiliteitsdiensten aanbieden van verschillende vervoeraanbieders die ieder reisdata genereren. Die data verzamelen, analyseren en toetsen wij aan de voorwaarden die door de werkgever zijn gesteld binnen het beleid.”

 

Zwanenburg: “Door vervolgens proactief te schakelen naar de werknemer wanneer er mogelijk ‘buiten de lijntjes is gekleurd’, wordt niet alleen namens werkgever het beleid volledig uitgevoerd, maar kun je als serviceverlener en kennispartij medewerkers ondersteunen, voorlichten en bijsturen.”

 

Verduijn: “Deze vorm van ontzorgen is cruciaal omdat bij werkgevers vaak kennis en capaciteit ontbreekt om zich naast de core business hiermee bezig te houden. Vindt het ‘in vertrouwen ontzorgen’ niet plaats, dan overheerst het gevoel de controle te verliezen, wat weer kan leiden tot belemmeringen rondom het aanbod en gebruik van alternatieve en duurzame mobiliteitsdiensten.

Pilot MaaS

Werkgevers zien de mogelijkheden en kansen, maar hebben ook twijfels, ervaren Verduijn en Zwanenburg. Immers, meer verantwoording en flexibiliteit bieden aan werknemers betekent ook deels de regie uit handen geven, en wie is daar dan voor verantwoordelijk? Verduijn: “Met een overzichtelijk aanbod aan mobiliteitsdiensten waarbij de data collectief wordt verzameld en administratief maandelijks volledig inzichtelijk wordt gemaakt, neem je voor werkgevers de drempels weg om het beleid om te vormen van het vergoeden van automobiliteit en autoparkeerplaatsen naar het faciliteren van werknemers om ook van alternatieve mobiliteit gebruik te maken. Vandaar dat wij nu dan ook de dialoog zoeken om samen met onze klanten, via een pilot, een nog bredere dienstverlening vorm te geven die tijdig inspeelt op een veranderende behoefte en toekomstbestendig is. Zo’n pilot moet met name inzicht verschaffen in de beleving van werkgever en werknemer, en uiteraard voldoende handvatten bieden voor verdere doorontwikkeling de komende jaren.

Werkgevers kunnen verschil maken

Verduijn: ”Werkgevers spelen, zogezegd, nu al een belangrijke rol bij de invulling van mobiliteit en zullen dat zelfs nog meer doen dan we nu denken met het oog op maatschappelijke verantwoording, het klimaatakkoord, CO2-doelstellingen en de huidige stikstofdiscussie. Werkgevers kunnen ook hier een verschil maken door de juiste voorwaarden te scheppen voor haar werknemers. Wij ondersteunen werkgevers daarbij.” En gaat het om collectieve doelen in een groter gebied, zoals een bedrijventerrein, dan brengt VCCR werkgevers samen aan tafel. “Zwanenburg: Dit biedt, zo ervaren we, oplossingen die je als werkgever niet alleen kunt bieden. Bovendien kun je zo ook van elkaars  best practices leren. Actuele voorbeelden hiervan zijn een gezamenlijke werkgeversaanpak in de Schiedamse Havens, de A20-zone en het Science Park Utrecht waar wij als kennispartij zijn aangehaakt.” 

Gezondheid en vitaliteit en infratructuur

Ook spelen er ontwikkelingen rondom gezondheid en vitaliteit, die veelal hand in hand gaan met het stimuleren van duurzame auto-alternatieven zoals lopen en fietsen. Verduijn: “Met name bij dit soort vraagstukken stuiten we steeds vaker op hiaten in de infrastructuur voor bijvoorbeeld de ‘first’ en ‘last’ mile. Gelukkig zien we dat steeds meer gemeenten en betrokken overheden de stap maken van verkeerskundig denken naar denken vanuit mobiliteit. Zo werkt de gemeente Schiedam momenteel aan een brede stads- en mobiliteitsvisie waarbij bewoners en bedrijven nauw betrokken worden om vraag en aanbod samen te brengen.”

 

Verduijn noemt als concreet voorbeeld een bedrijf in de Schiedamse Havens met veel fietspotentieel. “De huidige fietsinfrastructuur biedt onvoldoende mogelijkheden als het gaat om verkeers- en sociale veiligheid. De gemeente denkt nu specifiek mee over de aanpassing van die infrastructuur, maar verlangt wel dat de werkgever haar beleid en faciliteiten richting de toekomst daarop aanpast om die nieuw geboden mogelijkheden ook optimaal te benutten. Ook in dit soort wisselwerkingen tussen bewoners, bedrijfsleven en overheid spelen wij een faciliterende rol. Wij zien deze vormen van samenwerkingen als een must gezien de verstedelijkingsopgave waar we de komende jaren in de Randstad steeds meer mee te maken krijgen.”

 

“En is aan gestelde voorwaarden voor bijvoorbeeld het inzetten van  tweewielers invulling gegeven”, vervolgt Zwanenburg, “dan spelen wij verder in op het intrinsiek en extrinsiek motiveren en prikkelen van werknemers om een overstap naar de tweewieler serieus te overwegen. Gereedschappen die we daarbij inzetten zijn onder andere stimuleringsprogramma’s en apps die werknemers niet alleen inzicht geven in hun mobiliteits- en duurzaamheidsgedrag, maar bijvoorbeeld ook de mogelijkheid bieden om punten te sparen voor iedere gereden fietskilometer. Die punten kunnen aansluitend worden ingeruild voor aantrekkelijke artikelen in een webshop die (mede) door de werkgever kan worden gevuld.”

Tot slot

“Kortom”, zo besluit Verduijn, “werkgevers hebben de regie rondom mobiliteits- en reisgedrag voor een belangrijk deel zelf in handen. Aan ons om ze daarbij te ondersteunen, te faciliteren en te ontzorgen, en zo met een uitgebalanceerd en duurzaam aanbod bij te dragen aan een goede bereikbaarheid, duurzaamheid en maatschappelijke verantwoording.”

 

Dit artikel verschijnt in Trends 2020.


Deel dit artikel