Artikel

'Groen moet zijn opgewassen tegen extreem weer'

“Levend groen is zonder meer essentieel. Niet alleen omwille van de ademruimte voor ons, ook voor de luchtkwaliteit en de vochtregulering in de stad, de wijk of het dorp. In verhouding tot het belang van bomen en planten gaan we niet goed met ze om”, werpt prof. Martin Hermy van de KU Leuven bij het begin van ons gesprek op. “Vaak ligt het probleem al aan de basis: de grond van de zaak is de grond.”

Door: J. Philippe Cols 


Neem nu de klassieke aanpak waarbij de bodem bij een nieuwbouwproject of bij infrastructuurwerken wordt afgegraven en ter plaatse wordt gestockeerd. Dat levert meer problemen op dan het oplossingen biedt. De bodem wordt zwaar verdicht en de hopen teelaarde vangen grote hoeveelheden zaad uit de wijde omgeving op. Wanneer deze teelaarde later in de plantvakken terecht komt of over het terrein wordt verspreid krijgt het zaad alle kansen om te kiemen. Dat onkruid zal de competitie aangaan met de nieuwe aanplanting. Erg wenselijk is die situatie niet, maar we hebben ze wel zelf in de hand gewerkt. Er zit dan niets anders op om die spontane vegetatie te bestrijden. Als je het mij vraagt, een dure en tijdrovende activiteit.” Omzichtiger omspringen met de bodem is de boodschap.

Reken op extremen 

Beter is het om het probleem van bij het begin aan te pakken. Te meer daar we hoe langer hoe meer rekening zullen moeten houden met grillige klimaatomstandigheden. Denken dat we beetje bij beetje evolueren naar een zacht mediterraan klimaat in onze tot hiertoe gematigde klimaatzone is onszelf wat wijs maken. We moeten vooral rekening houden met meer extremen: van overvloedige regens tot langdurige droogtes. Dit op niet te voorspellen tijdstippen. Te veel neerslag of het gebrek aan water staan dan ook los van warme of koudere periodes doorheen de seizoenen.


Meer dan vroeger moet
groen opgewassen zijn tegen die grote verschillen. Her en der in Europa wordt in die zin in tuinen, op kwekerijen en op testvelden geëxperimenteerd. Telkens ligt hetzelfde principe aan de basis: omwille van de verschraling wordt de grond gedeeltelijk afgegraven en vervangen door een minerale laag. Gebruik van teelaarde werkt het overwicht van één soort of van een kleine groep planten in de hand, wat vervolgens weer resulteert in veel onderhoud. Biodiverse begroeiingen op schralere bodems levert minder onderhoud. Ecologisch veel beter, bovendien is een gemengde beplanting doorgaans sterker bestand tegen extreme situaties. Waar de ene soort het bij droogte sneller laat afweten, neemt de ander het tijdelijk over. In natte periodes kan dat net andersom zijn.”

Containerplanten 

“Zo ziet de opbouw eruit:Na losmaken van de verdichte ondergrond vormt een laag zand, grind of lava bijvoorbeeld het substraat waarin de containerplanten zullen groeien. Bij aanplanting worden ze overvloedig begoten, daarna moeten ze met hun wortels zelf actief op zoek gaan naar water. Voordeel van het systeem is dat niet gewenste kruidachtigen weinig kansen krijgen om vaste voet aan de grond te krijgen, terwijl de nieuwe aanplanting zich noodgedwongen aanpast aan de ‘moeilijke’ groeiomstandigheden. De ervaring leert dat die aanplanting doorheen de jaren meer ‘veerkracht’ vertoont dan de traditionele vorm in teelaarde. 


Toekomstgericht is het wat mij betreft alleszins! Zeker wanneer we hetzelfde soort substraat gaan inzaaien i
n plaats van aan te planten. In de beginfase zorgen we voor royale bevloeiing, maar zeker niet dagelijks. Eénmaal planten gevestigd zijn, helemaal niet meer. Hoe de plantengroei uit zaad zal uitgroeien weten we nooit helemaal op voorhand. Een aantal plaatselijke factoren zullen er wellicht voor zorgen dat bepaalde soorten het beter zullen doen dan andere. Weerbaar wordt de groep planten alvast. Dat is net wat we beogen.”

Doorlevende kruidachtigen 

“Voor welke soorten ik zou kiezen?Voor sterke vaste planten, robuuste heesters, groot en klein en voor bomen aangepast aan de beschikbare ruimte. Traditioneel vroegen vaste planten te veel onderhoud. Met de nieuwe, experimentele methodes van aanplanten of inzaaien worden de zones met deze doorlevende kruidachtigen beheersbaar. Je kan ze in het najaar maaien bijvoorbeeld. De dynamiek binnen de beplanting zal er voor zorgen dat de plantengemeenschap als geheel doorleeft en verder evolueert. Naar beheer toe is het interessanter om daarop in te spelen. Door elk plantje afzonderlijk te bejegenen werk je de ontwikkeling van de beplanting als groep met onderlinge afhankelijkheid tegen. Niet echt efficiënt, wil je het aandeel van het groen in de openbare ruimte verhogen.”

Gemengde beplanting 

Ook voor bomen ben ik een voorstander van de gemengde beplanting. Waarom moeten lanen perse uit één soort bestaan? Ook op pleinen kunnen verschillende boomsoorten door mekaar staan. De reuzen uit de plantenwereld hebben we alvast heel erg nodig in onze verstedelijkte omgeving. Meer dan ooit konden we het koelend effect van de boomkronen ‘aan den lijven’ ondervinden tijdens deze hete, droge zomermaanden. Niet alleen omwille van de schaduwvorming, ook voor de vochtregulerende werking van het loof. Geef je ze de kans om met hun wortels dieper in de ondergrond naar water te zoeken, dan is kunstmatige beregening wellicht niet nodig. 


Een bijkomende reden om systematisch voor bomen te kiezen in de openbare ruimte is het
gebrek aan plek in Vlaanderen en Brussel waar je nog bossen kan aanplanten. Op straat en in voortuinen is er ongeveer altijd wel ruimte beschikbaar voor een hoogstam.”

Inheemse planten 

“Of ik de voorkeur geef aan streekeigen beplanting?Vroeger verkoos ik nagenoeg altijd de inheemse planten boven de exoten. Nu denk ik daar genuanceerder over. In stadskernen of verstedelijkte gebieden in het algemeen vind ik het niet langer verkeerd om Ginkgo, Plataan, Gleditsia of Magnolia te planten, om maar enkele voorbeelden aan te halen. Voorwaarde is wel dat ze op de juiste standplaats staan en groeiruimte krijgen, zowel boven- als ondergronds. Alleen zo kunnen ze hun rol van groot groenvolume ten volle spelen. In de huidige situatie, waarbij onze steden in de zomer fel opwarmen en uitdrogen, zijn bomen cruciaal. Vooral de oudere exemplaren, honderd jaar en meer, kunnen het verschil maken. 


Bij kunstmatige groeiomstandigheden zoals voor daktuinen of gevelgroen kan je uitheemse planten moeilijk uitsluiten. De functie
s van de groene schil primeren hier. Specifiek voor gevels geef ik nog altijd de voorkeur aan grondgebonden (klim)planten. In mijn ogen is het gebruik van een Wilde Wingerd, Kamperfoelie of Clematis in volle grond op het ‘straatmilieu’ veel duurzamer dan dat van niet-grond gebonden plantenmuren.” 


Dit artikel is verschenen in Rescape 03/2018. Lees meer van Rescape in onze bibliotheek

 



Dit artikel komt uit ReScape

Deel dit artikel