Artikel

Update verkeersmanagement: Nieuwe middelen, nieuwe mensen

Up to date verkeersmanagement vraagt om nieuwe middelen én om een nieuwe generatie verkeersmanagers. Minister Cora van Nieuwenhuizen geeft een actueel beeld van de nieuwste middelen die worden ontwikkeld in het landelijke samenwerkingsprogramma ‘Talking Traffic’. En de verkeersmanager van de toekomst? Die wordt professioneel gevormd op een nieuwe Mastertrack Intelligent Mobility. Hierover spreken Frans Tillema, Jeannet van Arum, Wim Vossebelt en Marcus Popkema.

Wat is de stand van zaken binnen het programma Talking Traffic? Minister van Nieuwenhuizen: “De landelijke uitrol van intelligente verkeerslichten loopt nu volop. Naar verwachting zijn er eind dit jaar ruim 800 iVRI’s operationeel die data uitsturen en ontvangen. Serviceproviders werken aan verdere uitbreiding van dienstverlening. Zo ontvangen weggebruikers op steeds meer plaatsen individuele informatie over bijvoorbeeld maximum- en persoonlijke adviessnelheden, actueel beschikbare parkeerplekken, brugopeningen, incidenten, wegwerkzaamheden en filestaarten. 


Cora van Nieuwenhuizen, minister IenW: "Hoe richten we de samenwerking en techniek op verbeteringen in verkeersveiligheid, bijvoorbeeld het digitaal zichtbaak maken van scholen?"


Er lopen ook twee pilots met prioritering bij iVRI’s. Een pilot in Deventer richt zich op logistiek, nood- en hulpdiensten en openbaar vervoer, en een pilot op de N201 bij Mijdrecht richt zich specifiek op logistiek. De komende tijd starten vergelijkbare pilots, onder meer in Westland, Groningen en Helmond. De resultaten zijn tot nu toe positief en de betrokkenen reageren zeer positief op de diensten. Zo is een ambulance sneller en veiliger op de ongevalslocatie, want hoeft niet door rood licht te rijden, en bespaart een zware vrachtwagen 2 euro diesel per vermeden stop. Een echte mijlpaal vind ik dat er betrouwbare berichtgeving vanuit het verkeerslicht tot op het scherm van de bestuurder komt, evenals een correcte aanmelding van dat voertuig bij het juiste verkeerslicht. Dit werkt, niet als pilot maar als ‘nieuw normaal’.”


Zijn er ook ontwikkelingen die wat achter blijven?
De landelijke uitrol van iVRIsloopt nu, maar heeft meer tijd nodig. Het is veel en vaak nieuw werk waar afstemming en coördinatie voor nodig is, zowel binnen een wegbeheerdersorganisatie als op regionale en landelijke schaal tussen overheden en bedrijven. Daarvoor wordt waar nodig aanvullende capaciteit en kennis voor beschikbaar gesteld.


Is Talking Traffic als gedachtegoed intussen goed doorgedrongen tot ‘in de haarvaten? De minister noemt in dit verband deTalking Traffic Roadshow die alle regio’s van het land bezoekt. “We zien ook een groeiend aantal bestellingen van iVRI’s. En er ontstaat steeds meer interesse en betrokkenheid, niet alleen bij publieke partijen, maar zeker ook bij relevante betrokkenen in logistiek, transport en nood- en hulpdiensten. Ook internationaal groeit de belangstelling. Er wordt gezamenlijk gewerkt aan versnelde digitalisering, wat ook betekent dat we hard aan de slag zijn met de uniformering in technische zaken en steeds zorgen dat we blijven voldoen aan de wetten en regels van de AVG en cyberprotectie. Daarnaast bekijken we hoe we de bestaande samenwerking en techniek kunnen richten op verbeteringen in emissieverlaging en in verkeersveiligheid, bijvoorbeeld het digitaal zichtbaar maken van scholen. Ook bekijken we voortdurend hoe weggebruikers deze diensten gebruiken en ervaren. Samengevat, zie ik Talking Traffic als een mooi voorbeeld van wat er allemaal kan als overheden gezamenlijk verder digitaliseren. Dat betekent ook dat alle betrokken partijen hun data en eigen organisatie daarvoor op orde moeten hebben, en zich bewust moeten zijn van de eisen op het gebied van privacy en gegevensbescherming. Dat testen en beoordelen we voortdurend.   

 

De verkeersmanager van de toekomst 

Tot zover de middelen. Hoe zit het met de verkeersmanager van de toekomst? Deze vraag werd op 15 maart beantwoord met een sneak preview van ‘een nieuw hoofdstuk’ in de ontwikkeling van gespecialiseerde vakprofessionals: de integrale Mastertrack Intelligent Mobility (verkeerskunde én automotive). Deze opleiding wordt met drie verkeerskundige hbo-opleidingen ontwikkeld en binnen het lectoraat Automotive Research aan de HAN gegeven. Hoe staat het met dit initiatief sinds de preview?


Frans Tillema, HAN: "Met de bestaande vakmensen redden we het niet"

Frans Tillema, lector en expert aan het HAN-lectoraat en coördinator van de nieuwe opleiding: “Er is ontwikkeling op drie sporen. Het enthousiasme groeit in het continue overleg met onze partners van de hbo-scholen, overheden en bedrijven. Het aantal bedrijven dat wil aanhaken groeit. Bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen. Ook zij willen op de voet volgen wat er gebeurt rond smart mobility, want hoe ga je een auto verzekeren die vol hangt met apparatuur? En hoe weet je wat goed werkt en wat niet? Ondertussen loopt er een initiatief van IenW, RAI Vereniging en ANWB om het gebruik van ADAS, ondersteunende rijtaaksystemen, met 20 procent te vermeerderen. Het tweede spoor is de ontwikkeling van een traineepool die steeds meer gestalte krijgt. De bedoeling is dat overheden en bedrijven traineeplaatsen beschikbaar stellen voor onze eerste studenten, zodat zij op verschillende, opeenvolgende traineeplaatsen bij markt en overheid alle facetten van verkeersmanagement en verkeersmanagementsystemen opdoen, en daar ook hun kennis brengen. En ten slotte moeten we natuurlijk hard aan de slag met het ontwikkelen van de lessen. We willen na de zomer starten met de eerste lichting studenten. Het studiepakket ontwikkelen we samen met BUAS, die kennis inbrengt over verkeersmanagement 2.0 en logistiek, met de NHL die de gedragscomponent toevoegt en met Windesheim die de brede verkeerskundige blik toevoegt. Op de HAN zelf zijn we sterk in de voertuigtechniek.”  


Op de ITS-conferentie, 3-6 juni in Eindhoven, zal de officiële kick-off zijn van deze anderhalf (voltijds) tot drie jaar (deeltijds) durende, Engelstalige integrale opleiding tot verkeersmanager van de toekomst. Studenten kunnen zich nu al aanmelden bij de HAN omdat de nieuwe opleiding valt onder het bestaande studiecluster Master of Engineering Systems, waarin onder meer de opleidingen automotive-  en controlsystems vallen, evenals duurzame energie. Studenten in dit cluster starten met een gezamenlijk stukje basiskennis wiskunde en het modelleren van intelligente systemen. “Er is bovendien een sterke mate van synergie tussen de opleidingen in dit cluster”, benadrukt Tillema. 

De noodzaak voor de nieuwe Mastertrack is voor Tillema overigens geen vraag maar een gegeven: “Met de bestaande mensen gaan we dit niet redden. De verkeerskundige vakmensen, ik ben er zelf een, zijn onvoldoende geschoold om met data te werken en datasystemen te toetsen. Pakken we dit aspect als vakgebied niet integraal op, dan wordt het rechts ingehaald door wiskundigen en ITers. Maar begrijpen zij het complexe verkeerssysteem?”  


Jeannet van Arum, provincie Noord-Holland: "Na twee jaar Mastertrack weten deze studenten meer dan ik, daar ben ik van overtuigd"

Elke overheid is aan het zoeken

Jeannet van Arum, sectormanager Smart Mobility voor de provincie Noord-Holland bevestigt eveneens de noodzaak van deze opleiding. “Het is voor overheden ontzettend lastig om mensen met de juiste achtergrond te vinden. Elke overheid is aan het zoeken. Wij nemen mensen aan met een speciale achtergrond in automatisering of in telecom en leiden ze zelf dan een beetje op. Ten opzichte van tien jaar geleden is de wereld erg veranderd. We hebben nu mensen nodig die het verkeer en het verkeerssysteem begrijpen en doorgronden én verstand hebben van automatisering of cybersecurity. Een voorbeeld: Ik probeer nu een automatiseringsexpert aan te nemen, maar die zegt: ‘Kan ik dit wel? Weet ik wel genoeg van het verkeerssysteem?’ Het liefst heb ik een student die van alles iets weet. Die begrijpt dat als hij hier iets doet, dat Europa dan gaat mopperen of wat het op systeemniveau betekent als de VRI-standaarden niet worden toegepast. Het gaat dus om goede technici die goed strategisch, tactisch en operationeel kundig zijn.   
Wat ik maar wil zeggen is dat zonder de Mastertrack iedereen het op zijn eigen manier doet. Na twee jaar Mastertrack weten de studenten meer dan ik, daar ben ik van overtuigd. Ik ben dus heel blij met dit initiatief. We hebben dit echt nodig om als land in dit vakgebied voorop te blijven lopen.”  

 

Profiel verkeersmanager

Hoe beschrijft Van Arum de verkeersmanager van de toekomst? Ik denk dat die begrijpt wat de komst van de geautomatiseerde auto betekent voor het beleid, het verkeer, het verkeersysteem en de ruimtelijke inrichting. Hij of zij moet de zin en de onzin van de techniek begrijpen. En ook nieuwe technieken kunnen integreren in de oude verkeersmanagementtaken die zullen blijven bestaan, zoals incident management, het optimaliseren van VRI’s en het bewerkstelligen van minder hinder bij werkzaamheden. Want de keten moet blijven werken, waarschuwt Van Arum. Innovatie pas je stap voor stap toe op plekken waar het geen kwaad kan en implementeer je wanneer het kan in de operationele keten en in de systemen van beheer en onderhoud. 


 

Een 'treintje' auto's rijdt veilig en sneller over kruispunten dankzij slimme verkeerslichten. Beeld uit de simulatieschets bij de proef met Cooperative Adaptive Cruise Control die in Noord-Holland is gedaan.


Projecten

We hebben in Noord-Holland net een proef met CooperativeAdaptive Cruise Control gedaan en de resultaten van de praktijkproef en de simulatiestudie zijn veelbelovend. Het ‘treintje’ auto’s kon op een veilige manier sneller over de kruispunten rijden De slimme verkeerslichten op de N205 herkenden het ‘treintje’ en bleven langer groen als dit mogelijk was, waardoor de reistijd afneemt. Een laatste hartenkreet van Van Arum: “Ik wil zowel overheden als marktpartijen oproepen om zich aan te bieden voor traineeplekken, we hebben er allemaal profijt van in de toekomst.” Een laatste hartenkreet van Van Arum: “Stuur je eigen medewerkers naar de Mastertrack of biedt een trainee-plek aan.”    


Wim Vossebelt, V-tron: "Ik ben zelf mensen gaan opleiden, maar ik ben geen opleider"

Welkome aanwinst voor werkgevers

Hoe kijken werkgevers aan tegen deze opleiding? Voor Wim Vossebelt, directeur van V-tron is de opleiding een welkome aanwinst. “Ik ben zelf maar mensen gaan opleiden binnen mijn bedrijf, maar ik ben geen opleider.” V-tron bouwt ITS-systemen in het bestaande wagenpark. Vossebelt: “Deze systemen die met de wegkantsystemen communiceren zitten op een gegeven moment wel in nieuwe voertuigen, maar met dat relatief kleine aantal gaan we het niet redden. Het bestaande wagenpark gaat nog lang mee. Jongeren starten vaak met een tweedehands auto en mensen die een nieuwe auto aanschaffen en al veertig jaar hun rijbewijs hebben, gebruiken de nieuwe systemen vaak niet.Over 12 jaar rijdt nog zeker de helft van de huidige ruim 8 miljoen voertuigen rond.    

Tunnelbuizen die elkaar nooit raken 

“We hebben te lang gedacht vanuit de wegkant, dus aan veiligheid en doorstroming”, vervolgt Vossebelt. “De voertuigsector daarentegen denkt aan comfort voor de bestuurder. Veiligheid verkoopt niet. Als mensen niet verplicht zijn om met een gordel in de auto te rijden, zeggen ze: ‘laat die maar achterwege’. Veiligheidssystemen in voertuigen worden daarom vaak ingepast en mee verkocht als comfortopties. Dit betekent dat als je niet oppast, beide sectoren, automotive en wegkant, zich als twee tunnelbuizen vanaf beide oevers ontwikkelen die elkaar nooit raken. Met name de quadruple helix-aanpak is belangrijk. Bij de triple helix - overheid, onderwijs en ondernemers - valt de gebruiker nog buiten de boot.” 

Perceptie automotivestudenten 

Vossebelt verwacht dat de Mastertrack hem zal ontzorgen in zijn uit nood geboren rol als opleider. “Ik krijg tot nu toe studenten die alles weten van voertuig gebonden systemen, maar bijvoorbeeld geen idee hebben wat een detectielus is. Ook valt me op dat sommigen de perceptie hebben dat er eerst de snelweg was en later pas het onderliggend wegennet. Dat baseren ze op de eerste snelheidsrecords in de automotive-geschiedenis die in de oorlogsjaren op de Duitse snelwegen werden gereden. Ik ga dan met ze terug naar de tijd van paard en de wagen, de eerste wegen, het vele verkeer dat erop kwam, de hogere snelheden die gereden werden en leg zo uit dat het snelwegnet er kwam om het onderliggend wegennet te ontlasten. We hebben, blijkt nu, de kennis van voertuigen en wegen opgedeeld in kolommen en veel te lang langs elkaar heen gewerkt, het is nu tijd dat we het holistischer gaan zien en de ITS-systemen gaan toepassen in een ecosysteem van weg en voertuig.


Lukt dat niet, dan zullen beide kolommen ergens doodlopen. De voertuigindustrie is namelijk vrij eenvoudig: ‘We doen niets wat het merk zou kunnen schaden’. Dat staat haaks op het shared space concept van de verkeerskunde. Vanuit deze discipline zijn wegen aangelegd en vrijgegeven: gebruik het maar. Wordt het dan te druk, dan leggen we gewoon een extra strook asfalt aan. Vanuit een holisitsche ITS-gedachte moeten we vooral kijken hoe we de bestaande assets beter kunnen gebruiken en dat vergt naast een shared space een shared data aanpak.  En dat verwacht vervolgens van de auto-industrie dat het voertuigdata gaat delen. Maar hier gaan nog wel een of twee generaties overheen voordat deze sector begrijpt dat je niet kunt vermenigvuldigen als je niet kunt delen. Een extra voordeel de Mastertrack is dat autofabrikanten deze data wel geconditioneerd vrijgeven aan bijv. studenten. Zo kunnen zij in een laboratorium-omgeving laten zien wat er echt kan met voertuig-wegkantcommunicatie.” En, relativerend, “wat ook niet!”, de verwachtingen hierbij zijn soms wel erg hoog. 

 

Marcus Popkema, Windesheim: "Op het moment dat een opleiding start vindt er institutionalisering plaats en draagt dat bij aan vakvorming"

Een nieuwe vakinvulling 

Marcus Popkema is docent/onderzoeker Ruimtelijke Ontwikkeling- Mobiliteit aan Hogeschool Windesheim in Zwolle. Hier wordt het onderwijsdeel verkeerskunde en verkeerstechniek ontwikkeld voor de mastertrack. Popkema promoveerde op de ontstaansgeschiedenis van het vak verkeerskunde. Vindt hij dat er met de mastertrack een nieuw hoofdstuk wordt geschreven in de verkeerskunde? Popkema: “Op het moment dat een opleiding start, zo was het ook met de eerste opleiding verkeerskunde, vindt er institutionalisering plaats en draagt dat bij aan vakvorming. In de jaren 60 ontstond het vak verkeerskunde doordat de verkeerstechnische expertise en de integrale verkeerskunde zich manifesteerden. Later kwam gedrag daar nog bij. Ik noem dit in mijn studie ‘vakinvullingen’. Met de informatisering van het verkeer ontstaat momenteel een vierde ‘vakinvulling’. Het aantal expertisevelden binnen de verkeerskunde breidt zich hiermee uit. De opleiding Intelligent Mobility is een teken dat de nieuwe vakinvulling verankerd raakt.” 


Enthousiast over deze nieuwe vakinvulling in Popkema zeker. “Stilstand is achteruitgang. Dat geldt ook voor een vakgebied. Het mooie van de toevoeging van de automotivekennis is dat de traditionele verkeerstechniek een stuk efficiënter kan worden ingericht. Popkema noemt VRI’s die nu al op basis van het aanbod dynamischer opereren. Deze kunnen het aanbod vervolgens ook differentiëren en op doelgroepen reageren.Dat scheelt ons tijd, geld en energie.Toch is datallemaal  nog niet zo spannend als de impact die de automotive-communicatiesystemen zullen hebben op maatschappelijke ontwikkelingen zoals de trend van bezit naar gebruik of de belofte van MaaS. Deze informatisering zal de bestaande systemen zelf veranderen.     



Eind dit jaar zijn naar verwachting 800 iVRI's operationeel. 


Dit artikel verschijnt in Verkeer in Beeld 2, mei 2019. 

Deel dit artikel