Artikel

Nieuwe Utrechtse wijk zorgt voor vergroting van het centrum

Het aantal inwoners van Utrecht groeit de komende jaren stevig. Daarom ontwikkelt de stad het Beurskwartier: een nieuwe wijk nabij het Centraal Station, die flink de hoogte ingaat en voorziet in 3000 woningen. Een uitdaging die om innovaties vraagt in planvorming, proces en uitvoering.

Auteur: Maurits van den Toorn

De komende jaren verrijst aan de westzijde van het Utrechtse Centraal Station het Beurskwartier. Er komen 3000 woningen in het gebied, dat tegelijkertijd een vergroting van het huidige centrum vormt. Het wordt een bijzonder centrumgebied, groen en duurzaam en met veel aandacht voor gezond wonen, werken en verblijven. Er komen woon- en werktorens van vijfentwintig tot negentig meter hoog.

De westkant van Utrecht Centraal was lange tijd echt de achterkant van het station. Je kwam er alleen als je in de Jaarbeurs moest zijn of aan die kant van de stad woonde. Dat is al veranderd door de verplaatsing van het busstation naar deze zijde van het station, het verandert de komende jaren nog meer door de bouw van het Beurskwartier op een locatie waar nu voornamelijk wegen en parkeerruimte voor de Jaarbeurs zijn. Het is een gebied dat wordt gekenmerkt door ‘een overmaat aan infrastructuur’, aldus de gemeente in de eind vorig jaar vastgestelde Omgevingsvisie. Een hele opgaaf om daar een nieuwe wijk te bouwen.



Het is nodig, want de komende jaren neemt het aantal inwoners van Utrecht toe tot zo’n 400.000. Dat betekent dat er ook na het gereedkomen van de Vinexwijk Leidsche Rijn behoefte is aan meer woon- en werkplekken. Om die te accommoderen is gekozen voor de bouw van een compacte wijk dicht bij het station: het Beurskwartier. Zo’n wijk ontwerp je anders dan twintig of zelfs tien jaar geleden. De Omgevingsvisie bevat de uitgangspunten: gemengd en inclusief, compact en levendig, groen en gezond.

Gemengd en inclusief betekent een mix van functies, maar ook een mix van sociale huur, goedkope koop, middenhuur, beleggershuur en dure koop, vertelt Aagje Loef, projectmanager Beurskwartier. “Het moeten geen onpersoonlijke gebouwen worden, we willen de gebruikers en bewoners betrekken bij hun buurt door bijvoorbeeld het lidmaatschap van een vereniging zodat er een dorpsgevoel in de stad ontstaat. We willen dat er communities ontstaan, onder meer door eigenaren en huurders te betrekken bij de inrichting van de plinten van de gebouwen en door ruimtes die ’s avonds leegstaan, zoals scholen en andere voorzieningen, voor andere activiteiten te gebruiken.”

Alzijdig

Compact en levendig betekent onder meer dat er geen ‘achterafhoekjes’ komen. Loef: “Het wordt een uitnodigende wijk met alzijdige gebouwen, ze hebben geen achterkanten. Alles wordt zo ontworpen dat de routes in het gebied kloppen, we zorgen ervoor dat je zo gunstig en plezierig mogelijk via groene locaties loopt of fietst.”

Het wordt een gebied met veel verschillende gebruikers: niet alleen bewoners, maar ook bezoekers van de Jaarbeurs en de binnenstad. Loef: “Dat is inherent aan een stadscentrum en gaat dus ook op voor het Beurskwartier. Het is juist fijn als verschillende groepen het gebruiken, dat is goed voor de levendigheid en de sociale veiligheid.”

De compactheid betekent ook dat er amper parkeerruimte komt, zelfs niet voor de bewoners. De parkeergelegenheid voor de Jaarbeurs verhuist naar de westkant van het Merwedekanaal, hoewel er ook gedachten zijn over parkeren op afstand. Dat wil zeggen dat de parkeerruimte naar de rand van de stad wordt verplaatst, naar Papendorp of Westraven.

Living Lab

De vraag is vervolgens: hoe komen de mensen de stad in? Utrecht kan er bij het ontwikkelen van het Beurskwartier van profiteren dat de stad een pilotstad is van het programma Slimme en Gezonde Stad (SGS) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Vanuit dit programma wordt samengewerkt met de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht en Rijkswaterstaat in een ‘Living Lab’, waarin op experimentele wijze onderzoek wordt gedaan naar de stad van de toekomst.

In dat kader is al veel onderzoek naar innovatieve oplossingen gedaan, onder meer naar duurzame mobiliteit in een bereikbaar Beurskwartier, vertelt Alan Hoekstra, adviseur duurzame mobiliteit bij Rijkswaterstaat. Oplossingen zijn in eerste instantie het slimmer gebruiken van de sneltram (door de overstapmogelijkheden bij de bestaande P+R te verbeteren) en de vrijliggende HOV-busbaan Dichterswijk waarvan de aanleg binnenkort begint. Op langere termijn wordt de mogelijkheid van de inzet van (semi)autonome voertuigen tussen de parkeerterreinen, het Beurskwartier en Utrecht Centraal genoemd. “En wie weet komt na verder onderzoek wel uit de bus dat je het eigenlijk het beste per step kunt doen,” stelt Hoekstra.

Elektrische deelauto's

Het zijn beslissingen die ook van belang zijn voor de bewoners van het Beurskwartier, want er komt geen parkeerruimte voor eigen auto’s, zelfs niet als die elektrisch zijn. Loef: “In de garages onder de panden mogen alleen elektrische deelauto’s worden geparkeerd. Ook deelauto’s zien we als een manier om de vorming van communities te bevorderen.”

Ook de bevoorrading van de wijk is onderwerp van onderzoek. Het parkeerterrein, waar het ook gelegen is, kan de hub worden waar pakketbezorgers terecht kunnen. Hoekstra: “Vanaf daar kun je de pakketbezorging en mogelijk ook de overige bevoorrading clusteren. Als de gebouwen geen achterkant krijgen, heeft dat ook consequenties voor de bevoorrading, je moet dan denken aan vormen van binnenstadsdistributie door kleine voertuigen. Ook dat zijn we nog aan het uitzoeken, net als het punt van de retourlogistiek. Een vraag is bijvoorbeeld hoe je met hetzelfde voertuig voedsel of pakketten kunt aanvoeren en vuilnis weer afvoeren.” 

Watergangen

Daarmee komen we op het onderwerp duurzaamheid en in het verlengde daarvan klimaatadaptatie. Dat kan door regenwaterberging in het gebied zelf door groene daken en de aanleg van nieuwe watergangen. Loef: “De Leidse Rijn ligt wat verderop, mogelijk komen er aan de westkant en de zuidkant watergangen bij. Maar, en dat geldt voor heel veel rond het Beurskwartier, er is nog niets over besloten, het gaat om denkrichtingen.”

Nog een duurzaam idee is het efficiënt gebruik maken van zonlicht en temperatuur. Kantoren hoeven niet in de zon te staan, terwijl dat voor woningen juist wel wenselijk is. “Je kunt daar met de inrichting van de bouwblokken rekening mee houden door de kantoorgedeelten zoveel mogelijk aan de noordoostkant te plannen en de woningen aan de zuidwestkant.”

Veel heeft te maken met gedrag: hoe lok je gezond gedrag uit en breng je mensen ertoe om niet de auto te pakken? Prettige loop- en fietsroutes en groenzones zijn al genoemd. Momenteel loopt er vanuit het Living Lab bovendien een onderzoek naar positive sound, vertelt Hoekstra. “Geluid wordt vaak ervaren als overlast. Je kunt de hoeveelheid geluid verminderen bij het ontwerpen van gebouwen, bijvoorbeeld door het gebruik van bepaalde materialen op de gevels, maar misschien zijn er ook geluiden die juist als positief worden ervaren. Het onderzoek loopt, we weten nog niet wat eruit komt.”

De denkrichtingen en de plannen voor het gebied worden de komende tijd verder uitgewerkt, vanaf 2023 wordt er gebouwd. Het is de bedoeling om naast traditionele aanbestedingen ook te werken met vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Loef: “De gemeente streeft naar zoveel mogelijk verschillende vormen. We gaan ook niet alles tegelijk bouwen, de ontwikkelingen gaan snel en bij elk nieuw bouwblok kunnen we leren van de ervaringen die met het vorige zijn opgedaan. Door stapsgewijs te bouwen kunnen we ook zo goed mogelijk inspelen op de marktontwikkelingen en bouwen waar op een bepaald moment de meeste vraag naar is.”

De eerste blikvanger in het gebied verrijst trouwens al snel. Dit is het complex Wonderwoods, dat eigenlijk in het aangrenzende Stationsgebied staat, maar de overgang vormt naar het Beurskwartier en daar een soort microkosmos van is. Wonderwoods, ontworpen door Stefano Boeri Architetti en MVSA Architects, bestaat uit twee torens van negentig en zeventig meter hoog met plaats voor wonen, werken, ontspanning en vermaak. De hoogste toren ziet eruit als een verticaal bos, waarbij de beplanting op de balkons en aan de gevel deel van het ontwerp is: gemengd, compact en groen in één.

Dit artikel verschijnt in Verkeer in Beeld 5, november 2018.

Deel dit artikel