Artikel

Parkeermogelijkheden moeten te vinden zijn in MaaS-apps

Eric Mink is programmamanager MaaS bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. We bespreken met hem de stand van zaken rond Mobility as a Service (MaaS). “Ook parkeerplekken en laadpalen moeten te vinden zijn in de verschillende MaaS-apps.”

Mobility as a Service is een vaak gebruikt begrip in de wereld van mobiliteit. Om alle onduidelijkheid weg te nemen legt Mink uit waar de term precies voor staat. “MaaS staat voor een app waarmee met alle modaliteiten (deelauto’s, -fietsen, ridesharing, (water)taxi, ov, parkeren) complete ketenreizen kunnen worden gepland, geboekt, gereisd en betaald.” Parkeren maakt een wezenlijk onderdeel uit van het begrip MaaS. “Ook parkeerplaatsen en laadpalen moeten te vinden zijn in MaaS-apps. Dat is een eis die we als ministerie hebben gesteld aan de partijen die meedingen naar de zeven MaaS-pilots.” Mink benadrukt dat er ook geschakeld moet worden, mochten ontwikkelingen erom vragen. “Nu is elektrisch rijden helemaal in, dus is het belangrijk dat laadpalen worden weergegeven in een MaaS-app. Maar als blijkt dat over een paar jaar rijden op waterstof een trend wordt, is het logisch dat alle waterstofstations te vinden moeten zijn in de app.”

De zeven MaaS-pilots hebben allemaal een ander doel. Voor de één is dat bereikbaarheid verbeteren, een ander richt zich meer op duurzaam vervoer. Alle pilots worden apart aanbesteed. Bestaat de kans dat reizigers zeven verschillende MaaS-apps moeten installeren voor de verschillende deelnemende regio’s? “Nee”, zegt Mink. “De reiziger kiest welke app hij het beste vindt.”
 

Raamovereenkomst

In december 2018 heeft het ministerie de Raamovereenkomst voor de MaaS-pilots gegund. Op basis van de beoordelingscriteria zijn 24 partijen toegelaten die zich nu gaan inschrijven voor de pilots. Daar zitten bedrijven van allerlei pluimage tussen, zegt Mink. “Banken, verzekeraars, automotive, IT-bedrijven en ook vervoerbedrijven. In de apps moeten zoveel mogelijk vervoermiddelen worden gekoppeld. Hoe meer modaliteiten een partij via de app ontsluit, hoe groter de kans om een aanbesteding van een regio te winnen.”

Eén ding is zeker: de data die wordt verzameld, is van de reiziger. Mink: “We hebben gezegd tegen de partijen: ga aan de slag, maar de data worden geanonimiseerd gedeeld. We gaan meekijken met de effecten van een pilot. Zijn de uitkomsten positief? Dan gaan we kijken of we het mobiliteitssysteem kunnen optimaliseren. Bij negatieve effecten kunnen we ingrijpen en bijsturen. We moeten veel meer vanuit data gaan denken en minder vanuit mobiliteits- of ov-beleid.”

Blauwdruk API

Ongeveer een jaar geleden is een samenwerking ontstaan tussen het MaaS-programma van het ministerie van IenW en zo’n dertig Nederlandse deelfiets- en deelautopartijen. Die begon met de ontwikkeling van een generieke Application Programming Interface (API). “Een API is een koppelvlak, een vertalingslaag tussen verschillende computersystemen”, zegt Mink. “Een API laat verschillende systemen met elkaar communiceren. Eén standaard hiervoor is het beste, zodat bijvoorbeeld ieder fietsverhuurbedrijf de diensten kan aanbieden via een MaaS-app.”

Vervoermiddelen van alle Nederlandse deelfiets- en deelautopartijen kunnen daarmee op een eenduidige en gestandaardiseerde manier worden ontsloten. De API wordt inmiddels omarmd door de Benelux, de Duitse staat Noordrijn-Westfalen en de MaaS Alliantie. Voor deze gebieden geldt in de pilots dezelfde standaard voor gegevensuitwisseling, waardoor verschillende apps gemakkelijker aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Ook wordt mobiel betalen voor internationaal openbaar vervoer mogelijk. 

Dit artikel is verschenen in PARKEER24 nummer 3, thema Parkeren en MaaS. In het artikel wordt aandacht geschonken aan de doelen van de zeven MaaS-pilots. Lees het hele artikel hier.  



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel