Artikel

“We zijn het blinde vertrouwen in de markt wel kwijt”

We spreken Donald Pols, directeur van Milieudefensie. Over het verdwijnen van vertrouwen in de vrije markt, het beslechten van de klimaatdiscussie en een verschuiving van het klimaatdebat naar een lusten- en lastenkwestie.

Door Marcel Slofstra


“Mensen zijn het blinde vertrouwen in de markt ondertussen wel kwijt. Zelfs het CDA neemt afscheid van het liberalisme en de VVD hekelt de dominantie van het marktdenken. Marktdenken is dan ook niet meer vanzelfsprekend. Sommigen noemen het ‘het einde van het kapitalisme.’” Verder ziet Pols dat de klimaatdiscussie eigenlijk wel beslecht is. “Afgezien van wat margepartijen is iedereen er wel over eens dat er een klimaatprobleem is, en dat we dat met zijn allen moeten oplossen. Niemand stelt dat ter discussie, zelfs de Telegraaf niet.”

Donald Pols, directeur Milieudefensie. Foto: Richard Keus.

Wat hij ook constateert is dat het klimaatdebat verschoven is naar een lusten- en lastendiscussie: het klassieke verhaal ‘wie gaat dat betalen?’. Terwijl klimaatbeleid niet altijd ‘pijn hoeft te doen’, volgens Pols. “Toch gaat het in Nederland al snel over wie nu precies wát betaalt, over belastingen en subsidies.Ik denk de sfeer rondom het marktdenken is gekanteld. Als je nu zegt dat je socialist bent, word je niet meer meteen raar aangekeken.

 

“Het belang van mobiliteit in de klimaatdiscussie is toegenomen. Het gaat niet meer alleen om fijnstof, maar ook over CO2 en over het klimaat in het algemeen. Dat levert wel een bepaald spanningsveld op, tussen burgers en politiek, tussen willen reizen en het milieu.Het wensdenken krijgt ook steeds minder ruimte. De stikstofdiscussie speelt hier ook een belangrijke rol in. De rek is eruit, niet alles kan, en dat zorgt er voor dat magisch wensdenken verdwijnt. Je ziet ook realisme en bereidheid tot maatregelen, zoals de verlaging van de maximumsnelheid, dat was eerder echt nog ondenkbaar en is nu realiteit.”

 

Volgens Pols speelt er ook een rechtvaardigheidsdiscussie mee met het klimaatprobleem – de rekening moet niet bij de zwaksten in de maatschappij terechtkomen en de koek moet eerlijk verdeeld worden. “Echte problemen krijgen nu wel de plek die ze verdienen. Zestig procent van de Rijksinvesteringen in mobiliteit gaat nu naar wegen, je kunt je afvragen of dat rechtvaardig is. Armere mensen, mensen zonder auto of zonder rijbewijs, hebben daar niet of nauwelijks profijt van. Investeringen in mobiliteit moeten ten gunste staan van de hele maatschappij.”

 

“De elektrische auto is een goed voorbeeld van een rechtvaardigheidskwestie. Subsidie op elektrische voertuigen is mooi, maar kwam niet altijd bij de goede doelgroep terecht, en je ziet dan ook dat mensen daar tegenin gaan.De ironie is dat een grotere bereikbaarheid juist beter voor het klimaat is, net zoals de verlaging van de maximumsnelheid een positief effect op de bereikbaarheid en mobiliteit zal hebben. Een vervelende situatie, in dit geval de stikstofproblematiek, heeft zo ook positieve gevolgen. We moeten alleen veel meer investeren in bereikbaarheid voor iedereen. Er is een omslag nodig, die we deels ook al zien: meer aandacht voor de fiets en het ov, en ons meer richten op een grotere groep reizigers.”

 

“Mijn hoop is dat deze crisis zorgt voor een systeemverandering. Never waste a good crisis.”


“Rechtvaardigheid is een belangrijk aspect van mobiliteit. Iedereen moet voordeel hebben van investeringen in mobiliteit en bereikbaarheid. De essentie van bijvoorbeeld de Urgenda-uitspraak, het PAS-probleem en de PFAS-problematiek is dat er niet nog meer ruimte is, de cake kan niet groter. We kunnen wel de cake herverdelen, waarbij juist meer mensen toegang hebben tot mobiliteit.In 2020 streven we als Milieudefensie naar ‘klimaatrechtvaardigheid’. We moeten ons houden aan het verdrag van Parijs. We hebben de ambitie om klimaatbeleid voor iedereen te realiseren, beleid waar iedereen beter van wordt. Overheidsinvesteringen in het kader van het MIRT moeten ook besteed worden aan klimaatmaatregelen en duurzaam beleid. Investeringen in fietsinfrastructuur en toegankelijk ov moeten bij het MIRT groter worden.”

 

Volgens Pols is deze torenhoge ambitie zeker haalbaar. “Het debat over mobiliteit en klimaatbeleid in Nederland gaat vaak over de vraag wie ‘het gaat voelen’, alsof klimaatbeleid altijd pijn moet doen. Dat is niet zo. Goed doen hoeft geen pijn te doen, echt niet. Kijk maar naar Canada, waar na ingrijpende klimaatmaatregelen de koopkracht er alleen maar op vooruit is gegaan.”

 

De luchtvaart ziet Pols wel als een probleem. “Een algemene tickettax alléén gaat niet werken. 15 procent van de reizigers maakt samen 70 procent van alle vliegkilometers. Deze mensen raak je daar niet mee, die betalen het toch wel of reizen op kosten van de baas. Tegelijkertijd raak je juist de vakantieganger die een jaar moet sparen voor zijn vliegvakantie. Effectiever is denk ik om beloningen voor meer vliegen af te schaffen, zoals de frequent flyer miles.”

 

Pols wil nog wel wat kwijt over de verlaging van de maximumsnelheid. “Dit is een prachtige maatregel met vrijwel geen nadelen. We pleiten hier al jaren voor. Wel is het jammer dat de maatregel alleen overdag geldt.”

 

Dit artikel is verschenen in het Trendboek Mobiliteit 2020. Download het magazine hier!

 

 

 

 


Deel dit artikel